De Biechtstoel



___________________De Biechtstoel_________________________



Op de een of andere manier heb ik zeer weinig te biechten hoeven gaan. Er viel niet veel te biechten…..ik kreeg thuis al genoeg op mijn flikker.

(hier komt een eigen foto van biechtstoelen in Malaga. Als ik tijd heb.!)

Op de lagere school hamerden echter de gehersenspoelde fraters erop, dat we regelmatig naar de biecht moesten. Ze hadden ons onderricht gegeven, hoe we “de onze vaders” en “wees-gegroetjes-Maria” moesten opzeggen. Wat een kul !...........en wat een tijdverspilling….. Als ik er nu terugdenk, als volwassene: wat werden de mensen toch voor de gek gehouden.



Ziekelijk.!

Wekenlang had ik na zitten denken, wat ik tegen de pastoor zou vertellen achter het rooster in zijn bedompte biechtstoel. Maar ik wist het niet…….Ik had niks.! Ineens viel me wat te binnen. Ik had bij een buurmeisje uit de straat onder haar rokje gekeken. Ik vond dat geen zonde……..maar vooruit.

“Heb je gezondigd, mijn zoon?”, vroeg de pastoor.

De biechtstoel in mijn parochiekerk had in het midden een hok voor de vette pastoor en daarnaast aan iedere kant een ruimte voor degenen, die hun zonden gingen onthullen. De twee zijbeuken van het houten kerk-attribuut waren kleiner en hadden een gordijn om de ruimtes te verdonkeren. Het scheen de pastoor schijnbaar niet snel genoeg te gaan om alle nieuws uit zijn parochie-gelovigen te persen, want hij sprak 2 zondaren tegelijkertijd toe. Hij sprak niet veel toe. Hij luisterde meestens…!

Gespannen zat ik op mijn knieën op het bankje te wachten. Ik was aan de beurt. De man achter het rooster had een luikje open geschoven en zijn duistere hooft kwam dicht tegen het tralie-werkje hangen.



“Heb je gezondigd, mijn zoon”, ging de stem in de mysterieuze ruimte.

Het knielbankje was zo dicht bij het rooster geconstrueerd, dat ik noodgedwongen bijna met mijn bakkes tegen het rooster hing. (bakkes is Tilburgs voor gezicht in het nederlands!)

Reken erop , dat ze hebben zitten trekken…..de viezerikken. Hun pijen waren blijkbaar designed om onder hun buik een afdakje te hebben, dat voldoende ruimte bood om een stijve te verbergen.



In Granada heb ik een standbeeld ontdekt, dat een beeld geeft hoe het vroeger er aan toe ging. De geestelijke houdt zijn hand op het hoofd van kind. Het kinderhoofdje zit precies op de hoogte van het geslachtsdeel van de godvruchtige geestelijke. Uit een bepaalde ooghoek is het net alsof het kind de godsdienaar aan het pijpen is…..!

(De foto uit Granada ga ik inlassen in dit hoofdstuk, als ik hem gevonden heb.)

“Heb je gezondigd, mijn zoon?”, vroeg de pastoor.

Na mijn korte biecht maakte de pastoor in het duister met twee vingers een gebaar om de absolutie te geven.



3 onze vaders en 3 weesgegroetjes was mijn straf. Dat was het dan. Stuk onbenul dat ik was……….ik heb de 3 onze vaders en 3 weesgegroetjes 's-avonds thuis braaf opgezegd. Had ik hem maar dood laten vallen.!

Op het kerkplein stonden 3 opgeschoten jongens sterke verhalen tegen elkaar te vertellen.









De middelste van de 3 kwam met een verhaal over de laatste keer, dat hij was gaan biechten: “Dat was toch raar.!” zei hij tegen de anderen: “Ik had verteld tegen Meneer Pastoor, dat ik “vies” gedaan had met een meisje.” “Oh ja….?”, had de pastoor gezegd: “Laat me je middelvinger eens ruiken”.

Toen ik mijn middelvinger tegen het rooster van de biechtstoel had gehouden, had hij gezegd: “Ooooh………..dat is Marietje van de bakker”.



“Zoiets heb ik ook meegemaakt”, reageerde de jongste van het drietal verrast; “Toen ik aan het biechten was, moest ik aan het einde ook mijn middelvinger tegen het rooster drukken en de pastoor zei na het ruiken; “Oooooh,…...dat is Sofietje van de slager.”



De oudste keer de 2 anderen ongelooflijk aan en zei: “Dat heb ik ook meegemaakt.” Tegelijkertijd kwam een hond het groepje voorbij gelopen. De grootste zag, dat het teefje loops was.



“Wacht maar eens!”, zei hij en greep het beestje vast en ging met zijn middelvinger door de bloederige spleet van het dier.

“Ik ga biechten”, zei hij en stapte koen de kerk binnen.

“Heb je gezondigd, mijn zoon?”, vroeg de pastoor.

De grootste vertelde de pastoor in de biechtstoel in geuren en kleuren, dat hij “vies” met een meisje gedaan had.”

“Oooooh…..”, reageerde de pastoor: “Laat je middelvinger eens tegen het rooster ruiken.

De pastoor snoof……...en hij snoof nog een keer aan de vinger, ……..snoof nog een keer…., en zei; “Neeeej….dat is er geen van mijn parochie.!”

(grapje)

Reacties

Populaire posts van deze blog

WC met Hartje

Bloedpenis versus Vleespenis

Kaal K*tje