Cayo Coco / Cuba



___________________Cayo Coco / Cuba_____________-

Alles is ”fake” in Cuba…….

Behalve de mensen. Maar wat de mensen doen, is weer wel fake. Vooral in de moderne resorts.

Cayo Coco in Cuba is een eilandje, gelegen ten noorden van de kustlijn en in het midden van Cuba. Eigenlijk op de gelijke westerlengte, als de plaats Moron.



Door zijn ligging in de Caribbean in feite de ideale coulisse voor een tropische vakantie.

Ware het niet, dat de communisten het verziekt hebben. Alles in Cayo Coco is fake.!



In mijn jeugdjaren bekeek ik de amerikaanse TV-serie “The Fugitive”.



De hoofdrolspeler was Dr. Richard Kimble ( vertolkt door David Janssen ), die terecht gekomen was in een beangstigende samenleving, waarin de bewoners van hogerhand gehersenspoeld waren.



Van deze bewoners was het vrije denken afgepakt en dr. Kimble was in iedere aflevering op de vlucht (The Fugitive !) om te voorkomen, dat hetzelfde lot hem te beurt zou vallen. In mijn naïve gedachtegang van jong manneke kon ik de meeste informatie niet verhappen en dat was maar goed ook, want de serie maakte me paranoïde. Ik zat te kijken, maar tegelijkertijd bekroop me het beangstigende idee, dat ik mijn eigen vrijheid ook wel eens zou kunnen verliezen. Het was niet mijn serie, geef mij maar Ivanhoe.



Nu besef ik, dat mijn vrijheid van denken voor mij heel mijn leven een “heilig goed” geweest is.

Altijd heb ik gerebelleerd. ! ………. Altijd ! Dat is niet goed.! Dat is niet goed voor je gemoedsrust.

Maar ik kon niet anders……

Als kleuter kwam ik samen met mijn vader regelmatig op bezoek bij mijn opa en oma. In hun huis stonden in de huiskamer op de hoge mantel van de schouw een tiental bronzen en tinnen beelden.

Deze huiskamer werd niet gebruikt en was enkel een soort pronkkamer.





Op het dressoir stonden ook een drietal grote bronzen beelden. Het was een donkere bedompte ruimte. In die tijd werd er geleefd in de keuken. Bij mijn opa was de keuken ook een bedompte ruimte, waar het weinige daglicht, dat binnen scheen, de boel nog triester maakte. Tussen de tafel en het te kleine raam stond een soort sofa geklemd. Het was, denk ik, een zelf getimmerde bank met daarop een kussen, dat overtrokken was met stof. Donkere stof. Ik weet niet of de stof alleen donker was door de kleur, of door het vuil.

In ieder geval: ik zat niet graag op die bank.

Mijn opa was 2 meter lang en de hele buurt was bang van hem. Ik niet.!

Mijn vader vertelde me immer de anekdote, dat mijn opa mij hardhandig op de smerige bank duwde met de woorden: “En toch zal ik hem onder de duim krijgen.!”, doelend op mij. Dat is hem echter nooit gelukt.!

Ik heb altijd gerebelleerd. Mijn vader keek node toe, als mijn opa zijn autoriteit wilde opdringen, met als gevolg, dat we bijna niet meer op bezoek gingen in het muffe huis. Als rebellerend persoon, als ik, moet je in een land als Cuba wegblijven. Alleen jammer, dat er zoveel mooie vrouwen wonen.

Om in het echte Cuba te vertoeven en om het toerisme van Havana en Varadero te vermijden, hadden mijn Muze en ik een vakantie geboekt om het plaatsje te bezoeken. Moron ligt in het midden van het langgerekte Cuba en ons oog was daarop gevallen, omdat in de nabijheid een vliegveld lag.



Op een middag liepen we te wandelen, toen ik plotseling een gele Nederlandse bus opmerkte. “Kijk, een nederlandse bus”, zei ik: “Zelfs met de originele gele nederlandse kentekenplaten en zelfs de naam Apeldoorn op de voorkant.!”



De bus stond stil met alleen de chauffeur erin.

Aangezien ik met “Zot Joke” ben en iedereen aanspreek, kin ik het niet laten om met de chauffeur een gesprek aan te knopen.

Foto; Zot Joke uit Tilburg……



De donker getinte man vertelde vol trots over “zijn” bus. Aan zijn uniform en zijn stijl kon ik bemerken, dat het niet zomaar iets was om deze gele autobus te mogen besturen. Dit was iets speciaals….. Zeker voor cubaanse begrippen. Vergeleken met de “kamelen”-bussen in de rest van Cuba was dit vervoermiddel luxe ten top.!



De man was bijzonder sympathiek en wilde het liefst een uur lang over zijn troeteldiertje uitwijden.

José, heette hij (of zoiets), en toen ik vertelde, dat we uit Nederland kwamen en dat zijn bus een nederlandse stadsbus was, begon hij: “Inderdaad. Deze bus komt uit Nederland. De nederlandse regering heeft als liefdadigheidsproject zo'n 20-tal van deze gele bussen aan Cuba geschonken. Ik heb het geluk gehad om chauffeur op deze luxe bus te mogen worden.”

Ondertussen bleef de goede man gebiologeerd naar mijn nieuwe zonnebril kijken en kon zijn ogen niet vanaf houden. Hij streek een keer over zijn onberispelijk gestreken uniformjasje en ging verder: “Deze bus wordt gebruikt om het cubaanse personeel van het resort op Cayo Coco te transporteren. Op het eilandje staat het eerste luxe resort uit de ganse omgeving. Iedere dag rijd ik met een volle bus met werknemers over de lange dijk.” Weer keek hij gefocused naar mijn nieuwe zonnebril. Vol animo ging hij verder: “Het is een eer om als de chauffeur te werken en voor het personeel van het resort ook.!”

Omdat de goedlachse man zo sympathiek was, onderbrak ik zijn verhaal met: “ Do you like my sunglasses….no.?” Enigszins opgeschrikt door deze ongebruikelijke vraag en omdat hij besefte dat hij schijnbaar teveel naar de zonnebril gestaard had, antwoordde hij verlegen: “Si…..naturalmente……!”

Hij voelde zich een beetje opgelaten, omdat hij te veel naar de chique zonnebril getuurd had: “Si…..son gafas muy bonitas……” (Ja, het is een mooie zonnebril….). Ik keek mijn Muze aan en toen ik van haar een goedkeurend knikje ontving, zei ik de goedlachse Cubaan: “Ik heb meer van deze zonnebrillen……. en als je wilt, schenk ik je er morgen ééntje.!” Verrukt keek de man op en glunderde over zijn hele gelaat. Hij dacht even na en reageerde met een lach van mondhoek tot mondhoek: “Ooooh….dat zou geweldig zijn…...dan nodig ik jullie uit om naar het resort op Cayo Coco te gaan.” Meteen toen hij deze belofte gedaan had, zag je zijn gezichtsespressie een beetje verkrampen, alsof hij zijn belofte iets te spontaan geuit had. In ieder geval spraken we af voor de volgende morgen om 8 uur op dezelfde plaats, waar we nu stonden.

In eerdere vakantie heb ik gemerkt, dat je de autochtone bevolking van een land met armoede een groot plezier bereid, wanneer je kleine bruikbare cadeautjes in je koffers meebrengt.

Ik had op een reis naar Acapulco in Mexico een aantal horloges meegenomen en die waren goed van pas gekomen en nu hadden we een aantal zonnebrillen in een aanbieding gekocht om te schenken.

Dus zo waren we de volgende morgen op weg naar Cayo Coco.

Toen we aankwamen op de afgesproken plaats, zag je de glunderde chauffeur José opfleuren, toen hij bemerkte, dat we die dag inderdaad met zijn bus zouden gaan reizen.

Wordt vervolgd…...

Reacties

Populaire posts van deze blog

Bloedpenis versus Vleespenis

WC met Hartje

Kaal K*tje