Que bien vives ( Wat leef jij goed )



____________________________Que bien vives___________________________

____________________________Wat leef jij goed__________________________

In de doordeweekse dagen in restaurant El Puerto in Casabermeja wordt een “menu del dia” (menu van de dag) aangeboden. Het chique gedeelte van de zaak heeft linnen tafel-kleedjes op de tafels en de andere helft, dichter bij de bar wordt gedekt met papieren kleedjes



Normaliter is het visspecialiteitenrestaurant aan de prijzige kant, tenminste voor de doorsnee dorpbewoners, maar het dagmenu is onvoorstelbaar uitgebreid en goedkoop en nog steeds vraag ik me af hoe ze zo'n maaltijd voor die prijs kunnen brengen.







foto visvitrin



De eigenaar, Juan, is een aimabele zestiger, die met zijn typisch restauranteigenaars-buikje rond loopt en instructies aan het bedienend personeel geeft. El Puerto is een familiebedrijf, dat al meer dan 25 jaar door Juan en zijn vrouw Pili bestiert wordt. Toen hun beide zonen Juan en José opgroeiden in de bovenwoning, zijn ze automatisch vergroeid in het horeca-leven.

Naast de portiek van de ingang staan 2 tegen elkaar geschoven tafel, die door mij gedoopt zijn met de naam “stamtafel”. Overal op de wereld vind je de beste visrestaurants uiteraard aan de kust en in de directe nabijheid van de vissershavens en de visveilingen.

Zoniet El Puerto. Zo'n 15 kilometer ten noorden van Malaga in het binnenland, in het dorpje Casabermeja, is El Puerto een uitzondering op die regel.

Dat maakt de zaak het befaamdste visrestaurant van de campo en de streek.

Door de kwaliteit van de producten en de versheid van de vis en schaaldieren kunnen de koks Juan en Carlos maaltijden op de tafels toveren, die in het paleis van Versailles van zonnekoning Lodewijk de 14de niet misstaan hadden. De term “menu van del dia” stamt uit de tijd van de dictator Franco. Ondanks het feit, dat hij vele duizenden onschuldige Spanjaarden uit de weg heeft laten ruimen (alleen al in Andalusië tot nu geregistreerd: 48.349 personen) had hij het op zijn manier goed voor met de gewone arbeiders. In het zomers hete Andalusië is de siësta een traditie om de middaghitte tussen 14.00 en 17.00 uur te ontvluchten. In die uren zijn de winkels en de banken enzovoort gesloten en ligt het leven op straat zo goed als lam.



Het woord “Siësta is heilig bij de Spanjaarden. Trouwens, net als het bijna hetzelfde klinkende woord “Fiësta”

(feest). Zoals elke inwoner van Andalucia iedere gelegenheid om een siësta te houden met beide handen aangrijpt, laten ze geen kans voorbijgaan om een feestje te bouwen. Het grappige bij de siësta is, dat de van nature niet hardwerkende zuiderlingen, de traditie voor eigen bestwil gebruikt hebben om in de winter s-middags ook een dutje te gaan doen. Als ik de vrienden in Casabermeja daarover aanspreek met: “In de winter is het toch niet te heet door de zon en kun je dus gewoon doorwerken, niet?”, kijken betrapt en beschaamd de andere kant op. Franco heeft voor de arbeiders verschillende steden laten bouwen ( zoals Franconville) en heeft de arbeidsomstandigheden van de gewone werkers verbeterd. (Eigenbelang ?)

Hij heeft het systeem ontwikkelt, dat de bouwvakkers en andere werknemers in de siësta-tijd in alle restaurants een complete maaltijd kunnen nuttigen: de “menu del dia”.

In tegenstelling van Fidel Castro, want die heeft zijn onderdanen met zijn communistische ideologie alleen maar armoede gebracht. Maar dat bespreek ik wel uitgebreid in een ander hoofdstuk.

De kosten van de dagelijkse maaltijd wordt door de werkgever (en daarmee de staat) opgehikt. De arbeiders

eten hun maaltijd met smaak en hebben daardoor thuis s-avonds niet veel honger meer en nemen slechts kleine hapjes. En daar zijn de tapas uit ontstaan. De kleine hapjes worden ook in de bars bij elke alcoholische consumptie verstrekt.

Ik denk persoonlijk, dat de restaurants het menu louter voor die lage prijzen kunnen aanbieden, als ze zelf minder belasting hoeven te betalen. ( denk ik maar, hoor !)

In ieder geval ben ikzelf 3 jaar geleden gestopt om voor mij alleen te koken. Als ik alle ingrediënten, producten, vlees, groente, en de energiekosten reken, dan ben ik goedkoper uit als ik “Uit” ga eten.

En drinken natuurlijk. Iedere dag wordt een lekkere fles Rioja ontkurkt. Een “Alto Rio” uit de Rioja-streek.



Met deze verrukkelijke rode wijn prikkel ik mijn smaakpapillen voor ieder diner.

Terwijl ik proost met de andere stamgasten, staat de serveerster op te noemen, wat die dag in de aanbieding is. Iedere dag heeft El Puerto twee voorgerechten, alsmede twee hoofdgerechten, waarvan ééntje met vis is en de andere met vlees. Gevolgd door een keuze-scala van nagerechten. De toetjes zijn uit te kiezen en denk, als ik de mogelijkheden op ga sommen, dat ik al gauw op een totaal van zo'n 20 stuks uitkom. In vele restaurants in de omgeving hebben ze zelfs 5 verschillende voor- en hoofdgerechten.Voor elke gast verschijnt standaard een groot bord salade op tafel.



Het bord is boordevol met sla, uienringen, op een speciale manier gesneden stukjes wortel, maïs, schijfjes gekookte ei, en bovenop stukken tonijn. Oh ja, de stukken tomaat niet te vergeten voor mijn dagelijkse vitamientjes. Het heeft geen zin om de gehele menukaart te beschrijven, maar ik zal een paar foto's maken en toevoegen aan het verhaal. Een foto zegt soms meer dan honderd woorden.



Door mijn verhalen en tonen van foto's uit mijn stapels reis-fotoalbums heeft de eigenaar Juan een metamorfose ondergegaan en is beginnen uit het leven te halen en meer gaan te genieten. Zo heeft hij voor het eerst na 25 jaar een wekelijkse rustdag ingelast en jammer genoeg voor mij de prijs van het dagmenu verhoogd met één euro. En dan komen we op de prijs van mijn dagelijkse menu: inclusief een halve fles Rioja, betaal ik het onvoorstelbare bedrag van, zegge………..8 euro!. En na de nieuwe rustdag 9 euro.!

Met een fooi kom ik uit op 10 euro.! Daar kun je in Nederland bijna nog niet in een friettent voor gaan eten.

Met een frietje stoofvlees, een kroketje en een drankje, ben je al meer kwijt.

Ik moet er de kanttekening bij maken, dat de levensstandaard hier natuurlijk beduidend lager is dan aan de toeristische kust.

Op de een of andere manier heb ik een streepje voor bij de andere gasten, want ik ben de enige in het restaurant, die het menu ook in het weekend krijgt. (Zó sympathiek ben ik nu ook weer niet.!)

Door mijn leefstijl zijn sommige andere personen hun gedragingen tevens gaan veranderen. Door consequent een hand te geven bij het betreden van het restaurant, zie ik nu dat deze gewoonte ook aanslaat bij anderen.

Ze doen er zelfs een schepje bovenop en zeggen bij het handenschudden met mij steeds vaker: “Que bien vives!”. (Wat leef jij goed!)



Inderdaad: uiterlijk lijkt het alsof ik het geweldigste leven lijd, wat er bestaat.

Maar innerlijk weet ik, dat op de donkere dagen van mijn depressies dagenlang wegkruip in mijn hutje op de berg en dat niemand van mijn vrienden met mijn leven zou willen ruilen. Daarom probeer ik zoveel mogelijk uit mijn goede dagen te halen. Tezamen met mijn zonnetherapie maak ik er het beste van. En met de warmte van de vriendinnen aan de kust natuurlijk.

Dus tegen vrienden zeg ik: “Het is niet nodig jaloers op met te zijn. En als je dat toch bent, neem je mijn depressies er dan ook bij.?

Wordt vervolgd…..

Reacties

Populaire posts van deze blog

WC met Hartje

Bloedpenis versus Vleespenis

Kaal K*tje