Plaatjes Tonen



________________________Plaatjes Tonen___________________________

Van kleins af aan heb ik de behoefte gehad om mensen plaatjes te laten zien.

Toen ik bij het oud-papier ophalen 2 boeken ontdekte (over de watersnood in 1953 en het spaanse boek Carmen) heb ik weliswaar een poos met het idee rondgelopen om een bibliotheek te stichten, maar voelde, dat er iets méér moest bestaan. Het boek van de watersnood stond vol met foto's en ondanks dat het onderwerp me droevig maakte, had het veel indruk op me gemaakt.



Het boek Carmen was een te zware kost voor een jong “mènneke” (little boy) als ik en heb het daarom nooit gelezen.



Mijn moeder correspondeerde met haar zus in Parijs en heeft jarenlang postfrisse postzegels gekocht in de hoop, dat deze in de toekomst meer waard zouden worden. Toen ik 3 decennia later met deze verzameling postzegels naar een handelaar ging, zei deze: “Probeer er nog brieven mee te frankeren, want geen enkele postzegelverzamelaar heeft interesse in deze album.”



Dus de intrinsieke waarde van mijn verzameling was praktisch nihil, maar de geheugen-herinneringen zijn voor mij onbetaalbaar geweest. Iedere postzegel met afbeelding zat ik nauwkeurig te bestuderen.



Op verjaardagen verveelde ik de familie met de vraag: “Willen jullie mijn postzegels zien.?”

Ooms en tantes zullen wel gedacht hebben: “Daar komt dat “zeikerke” (crybaby) toch wéér aan met zijn albumpje.! (Want tante Janet noemde me maar een “zeikerke”, weet je nog?)”. Maar als iemand dan toch de moeite nam om een blik in de verzameling te werpen, zat ik tevreden blad voor blad met postzegels om te draaien. De plaatjes had ik al honderd keer gezien, maar kreeg een verrukt gevoel bij het zien van de mooie afbeeldingen. Het interesseerde waarschijnlijk geen zier of de anderen ze mooi vonden of niet: voor mij waren ze mooi.! Het gevoel van bezitten of van waarde heeft bij mij nooit meegespeeld. Ik vond het simpelweg fijn om naar de plaatjes te kijken en om dit gevoel zoveel mogelijk met andere mensen te delen.



Een oude schoenendoos met deksel werd mijn volgende “toon”-onderwerp. Ik ging een kijkdoos maken.





Dagenlang lag ik in bed te fantaseren hoe de kijkdoos eruit moest zien. Op de korte kant van de schoenendoos kwam het kijk-luikje: gewoon een vierkantje uitsnijden en terug plakken met plakband.

Omdat de binnenkant van de doos donker was, moest in de uit in de uitsparing in de deksel cellofaanpapier van een mooie warme kleur geplakt worden. Liefst geelachtig om het zonnelicht te imiteren. Klaar.!

Nu moest ik figuurtjes tekenen en kleuren en op de achtergrond zouden bomen en een huisje komen.



Mijn eerst eigen ontwerp van een kijkdoos mocht gezien worden. (Als perfectionist heb je het ellendige nadeel, dat iets toch nooit goed of genoeg is). Het werd tijd om met kunstwerk de straat op te gaan. Aan de jongens uit de buurt vroeg ik in het begin één cent om in mijn kijkdoos te mogen kijken, maar toen ik bemerkte, dat dat niet werkte, mochten ze voor niets in de doos turen. Het doel was om anderen plaatjes te laten zien, dus die ene cent deed er eigenlijk niet toe. De blije gezichten van vriendjes te zien, was voor mij een ruimschootse beloning.

Eén voor één bewonderden ze mijn gekunstelde fantasie. Bij het groepje bewonderaars was Jantje van der X…….., die een paar straten verder langs het kanaal in een van de oude huisjes woonde. Een neefje van hem, die uit de achterbuurt van Broekhoven 3 kwam, was op bezoek bij Jantje. Hij was iets ouder dan mijn vriendjes en wilde de kijkdoos ook bekijken. Ik wist, dat hij niet deugde, maar wat zou het: de kijkdoos was voor iedereen.! Hij nam de kijkdoos tussen beiden handen en keek erin. Met een flitsende beweging bewoog hij de doos tussen zijn beide handen naar beneden en schopte met zijn rechtervoet de doos, zo hard, als hij kon, in de lucht. Ik had nog nooit een mens een kijkdoos zó hoog in de lucht zien schuppen. Verbijsterd zag ik de stoffelijke resten van mijn kunststuk op de grond terug belanden.

Het schoffie was een stuk ouder dan ik en zette het op een lopen. En ik hem achterna…. Ik wist, dat ik hard kon lopen, maar de knul voelde, dat hij uit mijn knuisten moest blijven en liep nog harder. Twee straten tot aan het ouderlijk huis van Jantje van der X…..aan het kanaal heb ik hem achterna gezeten en het frustreerde me, dat ik hem niet kon grijpen. Ternauwernood (goed voor hem !) gelukte het hem het poortje van het huis van de familie met een klap achter zich dicht te gooien. Briesend trapte ik tegen de gesloten poort, maar de patser liet zich natuurlijk niet meer zien. Ik heb hem daarna ook nooit meer in mijn straat gezien.

Later bij de politie ben ik een foto van zijn rot-kop tegengekomen in de klappers met foto's van plaatselijke recidivisten. Hij was een berucht crimineel geworden, met als specialiteit inbreken.Ik ben hem in mijn dienstjaren bij de politie regelmatig tegen het lijf gelopen, maar aangezien ik niet haatdragend ben, behandelde ik hem precies hetzelfde, als een ieder ander. Eigenlijk vond ik hem maar zielig.

Een paar jaren daarna zag ik, dat hij marktkoopman was geworden. Waarschijnlijk met behulp van de reclassering was hij voor het oog van het kerkvolk op het goede pad terecht gekomen en had zijn leven verbeterd. Als ik hem tegenkwam, dacht ik bij mezelf: “Eens een schoft, altijd een schoft.!”

Ik heb nooit mee een tweede kijkdoos meer gemaakt.

Als anderen mijn fantasieën niet weten te waarderen, dan toon ik toch op een andere manier plaatjes……

En toen zijn de boeken van Kuifje in mijn leven gekomen.



+

Wordt vervolgd….

Reacties

Populaire posts van deze blog

Bloedpenis versus Vleespenis

WC met Hartje

Kaal K*tje