verdrinken jongetje






_________________________Verdrinken Jongetje__________________

In de St. Josephstraat kregen we tijdens de surveillance de vraag op de mobilofoon te horen van het

meldcentrum, of er een auto in de buurt van de Twentestraat was. Ja, dat waren we. Er was een jongetje

in het water in het kanaal gevallen en we kregen toestemming om het blauwe zwaailicht en de twee-tonen-hoorn te gebruiken.Dat slechts bij erg urgente assistenties mocht.

Pam………...daar ging ie……...volgas naar de Twentestraat, vanaf de St. Josephstraat, rechtsaf over de Prinsenhoeven..…………. Tatoe-Tatoe…….over de Piushaven-brug, linksaf over de Havendijk tot aan de Zwaaikom ….Tatoe-Tatoe…...Het Tatoe-Tatoe galmde langs de gevels van de huizen langs de straten om te verminderen langs het kanaal.

De zwaaikom is een ronde plas, die het Wilhelminakanaal onderbreekt en aan de oostkant de aftakking de Piushaven heeft. De kom wordt de zwaaikom genoemd, omdat dit water gebruikt wordt door schepen om te draaien, te keren en te stoppen. Vandaar de naam Zwaaikom. De kom is zo groot, dat het van de schippers een grote stuurmanskunst vergt.

Slechts zelden waren we zo snel op de plaats van bestemming.

De adrenaline stroomde door mijn aderen. De sirenes van de hulpdiensten hebben me altijd onrustig gemaakt en nu voelden we, dat dit geen gewoon assistentietje zou worden. Langs het kanaal liep vanaf de verharde Twentestraat een zandpad en na zo´n 100 meter zagen we een jongetje met zijn armen staan zwaaien.

Het ventje was over zijn toeren en vertelde ons, dat zijn vriendje in het water was gevallen en niet meer boven gekomen was. Wij vroegen waar en hij wees om de hoek.

“Stap gauw in”, zei ik tegen het angstig kijkend manneke.

De hulpeloosheid was van zijn gezicht af te lezen en door de uitputting van het rennen, had hij zichtbaar nog geeneens energie over om te huilen. We reden om de hoek en de jongen wees, waar zijn maatje

in de enorme waterplas onder gegaan was.

Foto van willekeurige zwaaikom:



Wij keken eveneens radeloos over de immens grote watervlakte

Op een moment, als dit realiseer je je hoe groot een dergelijke zwaaikom in werkelijkheid is.

We tuurden over de rimpelloze waterspiegel.

Ineens zei ik tegen mijn maat Ludo: “De dreg”. In iedere politieauto behoort een dreg tot de standaard uitrusting. (vroeger werd de dreg, oftewel een enterhaak gebruikt door piraten om het te enteren schip

langszij te trekken) Ik spoedde me naar de koffer in de auto en haalde de dreg eruit.

“Maar waar moet ik gooien?”, vroeg ik mijn maat en gooide de drie-armige haak maar zover mogelijk in het vlakke wateroppervlak. Ik haalde de dreg slepend over de bodem naar ons toe. En bespeurde, dat de emotie voor het vriendje voor hem te veel was geworden en dat hij verdwenen was. Ik haalde het touw uit het water en zag, dat het in de war was gekomen. Ik haalde de lussen los en haalde de dreg op: met daaraan het onfortuinlijke ventje.

Eén punt van de dreg was in zijn rubber-laarsje blijven hangen. Ik haalde het lichaampje naar het gras en Ludo begon op de borst van de ongelukkige te duwen. Het vuile kanaalwater stuwde met dikke golven door de mond van het slachtoffer naar buiten. Bij iedere persbeweging met druk, bleef het water komen.

De longen waren schijnbaar compleet gevuld met troep en boden geen enkele ruimte om lucht binnen te blazen. De ogen staarden in de wolkenvrije hemel en keken alsof ze om hulp schreeuwden. Op dat moment kwamen de collega's van de GGD aangereden en namen de eerste hulp van Ludo over.

Ze keken in de ogen van het jongetje en knikten Nee-schuddend met hun hoofden.

Na het ongeluk hebben duikers van de brandweer de plek des onheils grondig onderzocht en wij hoorden, dat de jongen terecht was gekomen was onder de balken langs het kanaal en zich niet meer heeft kunnen bevrijden. De balken dienen om het afkalven van de oevers en het breken van de golven, veroorzaakt door het drukke scheepsverkeer ter plekke.

Later leerde ik, dat een verdrinkingsslachtoffer maar 3 minuten overlevingskans heeft, zonder ernstig hersenletsel over te houden. De laatste minuut in de benauwde strijd tussen leven en dood brengt de drenkeling in een fase, waarin al eigenlijk blijvende schade aan de hersenen wordt toegebracht.

Het vriendje had zeker 5 minuten rennend naar de Twentestraat nodig gehad om de politie te laten bellen en 5 minuten terug. Het was vreemd, dat we geen enkele volwassenen gezien hadden om om op de plek des onheils om met het vriendje te zoeken of te helpen.

Hoe graag je het leven in het kind terug naar binnen wilt duwen……………..

Ontdaan zagen we de ambulance traag en geruisloos over wegrijden met binnenin het levenloze lichaampje van het kind, gevuld met kanaalwater.

Zonder te spreken, hebben we minutenlang staan zuchten. Alleen maar zuchten.

“Kom, we gaan maar naar het hoofdbureau”, zei ik en stapte in de volkswagen-kever

Op het bureau vertelden we het relaas aan de brigadier en andere collega's. Daarna gingen we naar de adjudant van dienst, die zijn kantoor pal naast het meldcentrum had en wederom met het verhaal van het ongelukkige gebeuren. Ik herinner me, dat we die dag verder niet veel gedaan hebben.

We gingen naar de kantine om onze boterhammen te eten en beseften, dat we verder moesten en het wel of niet smaken van de lunch niks veranderde aan de trieste geschiedenis.

Vaak spookte het nadien door mijn hoofd, of we toch niets meer hadden kunnen betekenen voor het jongetje.

En of de broeder van de GGD niet te snel de handdoek in de ring hadden gegooid. Nee dus! Na veel onderzoek en vele gesprekken met andere ziekenbroeders, ben ik tevreden gesteld tot de conclusie gekomen, dat ze het enige juiste besluit genomen hadden.

Een paar maanden geleden vond ik in mijn schuur de laatste bewaarde dagrapporten uit mijn carrière bij de politie en las dat het manneke ……………..heette en uit de Twentestraat kwam.

Na decennia bewaard te hebben, scheurde ik de afschriften in stukjes en zuchtte weer. Ik nam afscheid van een vergane periode.

Toen ik jaren later na mijn politie-jaren de man van……………...in zijn aangepaste rolstoel zag zitten, wist ik zéker, dat toen het juiste besluit genomen was.

……….was van ………..afkomstig en als ik, en als ik uitging in Café Cher in Tilburg, trof ik hem wekelijks op de donderdag. Samen met…….

……………..zal dat wel niet leuk vinden, maar ik kende ….. lang voordat……..

Hij was echt een toffe gast. Rustig en geen poespas.

En voor zover ik verstand van mannen heb, kan ik wel stellen, dat hij bij het vrouwvolk geliefd was.

Losstaand van het feit…………

Wordt vervolgd…….

……..

……..

Een ander voorval, dat mij de rest van mijn dagen achtervolgd heeft, is van het jongetje, dat als Pipo de Clown verkleed, de carnavalsoptocht had bezocht.

In Tilburg trekt de carnavalsoptocht duizenden bezoekers, want de Tilburgers en daarmee ook de Brabanters, zit het feestvieren in het bloed. In het centrum van onze stad ligt den Heuvel, waarna het na het oplossen van de optocht, de verklede carnaval-vierders soepeltjes het plein begonnen te verlaten. Om later op de avond en diep in de nacht het nog eens dunnetjes over te doen. Want de Brabantse nachten zijn lang…..

Van het meldcentrum kregen we de opdracht om ons naar den Heuvel te begeven, omdat de carnavalvierders een verloren gelopen jongetje hadden aangetroffen.

Ter plekke aangekomen zagen we een groepje verklede mensen staan, met in hun midden een klein jongetje

van ongeveer 6 jaar . Het manneke was vermomd als Pipo de Clown en was geinig geschminkt.



Het was duidelijk, dat het jochie ervan genoot om het middelpunt te zijn en met een bijdehand gezichtje keek hij de volwassen naar omhoog aan.

De ouderen hadden begrepen, dat hij zijn ouderlijk huis niet meer terug wist te vinden. Ik ging, om geen schrik voor de 2 grote politiepetten aan te jagen, op mijn hurken zitten.Toen wij hem vroegen, waar hij woonde, moest hij het antwoord schuldig blijven.

“Hoe heet je.?”,vroeg ik hem vriendelijk. (Laten we zeggen Keesje….. Keesje van Dam)”

“Keesje van Dam en ik ben 6 jaar oud.”, zei het guitige kereltje. Op zo'n moment moet je wel van kinderen houden, of je wilt of niet. Ik liep naar de politieauto en vroeg aan het meldcentrum wat het adres van Keesje van Dam was. Het personeel van het meldcentrum kon ons niet helpen.

“Wacht maar.”, zei ik daarna tegen de kleine Pipo: “We gaan met de auto precies de weg volgen, die je hiernaar toe gelopen bent.” Op de achterbank zat hij uitvoerig over van alles en nog wat te vertellen en wederom smulde hij van alle aandacht. En dan ook nog een echte politieauto meerijden.!

Hij woonde in de Mechtildestraat, dicht bij het centrum en dicht bij de Piushaven!!.

Om de hoed was de straat van mijn oma en nog een hoek om verder heb ik in mijn jeugd gewoond.

Ik liep met het baasje aan de hand naar de voordeur en belde aan.

De vader deed over en na het bedanken voor het thuisbrengen enz.enz., vervolgden wij onze surveillance.

Twee dagen later las ik met ontsteltenis op het werk, dat “ons” Keesje van Dam verdronken was.

Ik zat als portier (voor straf) de dagrapporten van alle politieagenten te lezen en las, dat een jongetje van 6 jaar oud verdronken was

Normalerwijze bij het lezen van zulke berichten, voelde ik mijn maag ineen krimpen. Maar toen ik het verslag doorlas, kreeg mijn maag een dubbele portie te verwerken: het jongetje heette Keesje van Dam, “ons” Keesje. Een dag nadat we hem naar huis hadden gebracht, was hij gaan spelen bij de Piushaven. Ik ken de buurt als mijn binnenzak en weet, dat op het einde van de Piushaven een landtong in het midden aangelegd is, waaraan aan beide zijden de grote vrachtschepen hun vracht kunnen lossen.

(Mijn vader heeft daar oudijzerhandel van Raak ooit drie grote schepen met oud ijzer laten vullen, dat hij aan Jood van Raak verkocht had.)

Ik wist, dat bijna de gehele pier normaliter gevuld was met zand, dat bestemd voor de bouw. In die tijd kwam alle zand voor de huizenbouw in het Zand en rond het Wandelbos aan via de Piushaven.

Wat was er gebeurd.? Keesje was weer gaan zwerven en was op de pier met de hoge heuvels van zand gaan spelen.

Hij was erop geklommen om van de hellingen te glijden. Hierbij is hij te dicht bij de rand gekomen en in het water geschoven. Aan de zijkanten kun je je nergens vasthouden en de ongeluksvogel had geen schijn van kans. In het verslag las ik, dat zijn moeders meisjesnaam van Dam was en zij bleek de zus van Kees vanDam te zijn, die altijd bij mij aan het pleintje gewoond heeft.

Het huis van de familie van Dam was immer het mikpunt van onze schelmenstreken. Kees van Dam was een paar ouder dan ik en zijn zus nog ouder. Door het leeftijdsverschil heb ik met beiden weinig contact gehad. Aangedaan was ik door het roddeltje dat later rond ging, waarbij de moeder van “ons” Keesje gezegd zou hebben: “Dan nemen we toch gewoon een nieuw Keesje!” Ik weet niet in welke context ik deze uitspraak moet zien. Iedereen reageert verschillend op het overlijden van een geliefde.


wordt vervolgd met: zelfs na dagen kan een slachtoffer van verdrinken overlijden doordat het lichaam als het ware voor de 2de keer verdrinkt…….Wordt vervolgd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

WC met Hartje

Bloedpenis versus Vleespenis

Kaal K*tje